dinsdag 5 juni 2012

A day in the life of a pilgrim

Vrijdag 1 juni 2012
De zon brandde er weer vrolijk op los de hele dag. Zonder enige vorm van erbarmen. Geen meelij met een arme pelgrim die door het zuiden van Frankrijk strompelt. Terwijl hij zelf nog denkt stevig door te wandelen, zien dorpsbewoners meewarig naar om. 'Kijk hem gaan, zwaar bepakt als een ezel; zo traag als een slak.' En inderdaad: zelfs de ezels lachen mij uit. Van de week was êén bij die zijn bovenlip precies zo optrok als Donkey in Shrek. Ik verwachtte ieder moment de stem van Eddy Murphy te horen. "Shrek you fool, stop it!"
Toch wordt het tempo langzamer. Is het 'slechts' de zon? Of komt het omdat ik weet wat mijn volgende halte zal zijn? Daardoor juist rustiger aan kan doen. Wie weet.
De hitte zorgt wel dat de energie razendsnel uit mijn lichaam stroomt. Aangezien ik geen inkopen heb kunnen doen, zit ik zonder voedselvoorraad. Dus bij de eerste gelegenheid die zich aandient, sla ik ook snel wat in.
In het dorp Encausse les Thermes is een kleine 'Tabac'. Een soort kiosk waar ook de meest noodzakelijke levensmiddelen gekocht kunnen worden. Duurder dan een Marché, maar altijd beter dan niets. Het dorp zelf is als zovele dorpen die ik onderweg al zag. A Vendre - Te Koop; te koop, te huur, leegstand, verwaarlozing. Vergane glorie en centralisatie in grote steden. Hoewel hier echt mooie gebouwen staan. En er nog een klein fris cafeetje is met een eigenaar die nog geloof lijkt te hebben in de toekomst. De man van de kiosk oogt tegenovergesteld. Hij lijkt opgegeven te hebben.
Na nog een echt zware inspanning arriveer ik eindelijk in Barbazan. Op papier leek de gekozen route korter, maar enkele delen waren een echte aanslag op het lijf. Stijgingen van 10 - 15%, weer bijna met de neus aan de grond. Om de een of andere manier voelt het aankomen in Barbazan als het behalen van een mijlpaal. Twee van de vier Franse routekaarten zijn afgelegd. Symbolisch over de helft van het Franse deel van de Weg.
Van het dorp zelf zie ik weinig. Ik word naar het nabij gelegen meertje getrokken: Lac de Barbazan. Met dit prachtige weer ben ik echt gek als ik niet even ga zwemmen. Gewoon kleren uit en in de boxershort het water in. HEERLIJK!
Een uur later leg ik weer redelijk ontspannen de afstand naar eerst Valcabrère en daarna St. Bertrand de Comminges af. In het eerste dorp bezoek de oude basiliek van St. Just. Als pelgrim op de Chemin mag ik gratis naar binnen. In het dorp zelf zijn legio overnachtingsmogelijkheden. Toch wil ik eerst nog naar St. Bertrand. Ik wil daar graag de kathedraal bezoeken. En daar zullen ook wel bedden te huur zijn.
Voor ik naar het dorp en zijn 2000 jaar oude kerk wandel, passeer ik nog de fundamenten van wat ooit een Romeins garnizoen en nederzetting is geweest. In de aanloop van de klim naar het plaatsje wordt vermeld dat St. Bertrand een officiële halte van de Chemin de St. Jacques is. 'Dat is mooi', denk ik nog. Niet wetende wat dat precies inhoudt.
Als ik zo door het dorpje wandel, word ik aangesproken door een alleraardigste mevrouw. Geheel toevallig heeft zij de supervisie over het 'Hébergement' van de Chemin. Of ik pelgrim ben en overnachting zoek. Op mijn bevestiging sleept zij mij mee naar de oude pastorie. Ondertussen van alles vragend en uitleggend.
Ze toont mij de keuken die waanzinnig goed bevoorraad is. De slaapplaatsen waarvan ik zelf een kan uitzoeken. Ze verteld dat het zelfbediening is wat maaltijden (!) betreft. Geeft mij mijn eerste officiële stempel in mijn pelgrimspas en is al weer verdwenen.
Na de verzorging van materiaal, kleding en lichaam wandel ik maar eens door het dorp. Er is wat reuring, want er schijnt een Spaanse bekende (?) wielrenner aanwezig te zijn. Als ik later op het terras van het hotel een biertje drink, komt er eerst een hele delegatie Spanjaarden en later 'de Wielrenner' ook iets drinken. De begeleiders (managers, ploegleiding, mecanicien?) drinken allemaal Heineken. De sporter en zijn persoonlijke begeleider drinken Sprite met een klein beetje bier toegevoegd. Ik ben wel nieuwsgierig, maar nog altijd niet brutaal genoeg om te vragen wie hij is. Ook een foto maken doe ik niet. Gemiste kans? Misschien.
Terug in de pastorie ga ik eerst maar eens koken. Pasta met groenten in een saus van verse tomaten. Daarbij een groene salade en koffie na. Uitbuikend voel ik mij de koning te rijk.
En toch ook wel wat opgelaten in dit oude gebouw. Waar het kraakt en rare geluiden te horen zijn. De oude katholieke beelden her en der in de gangen.
Als ik de slaap maar kan vatten.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten